Naar inhoud

Achtergrond

Geschiedenis van het sein

Vier korte hoofdstukken, geschreven terwijl ik het logboek overtypte, om te begrijpen wat mijn vader eigenlijk deed voor hij het opschreef.

Vlaggen

Voor er licht of geluid was, was er de vlag. Het Internationaal Seinboek, vastgelegd in 1857 en sindsdien enkele malen herzien, gaf elke letter een eigen vlag en elke combinatie een vaste betekenis: positie, nood, koerswijziging. Twee schepen zonder gemeenschappelijke taal konden zo toch met elkaar spreken, zolang het licht was en de wind de vlag liet zien.

Mijn vader kende de veertig meest gebruikte combinaties uit het hoofd. Niet als curiositeit, maar omdat een seingast die moet zoeken in een boek, een minuut verliest die een schip niet heeft.

Geluid

Mist maakt vlaggen nutteloos en licht bijna even nutteloos. Daarvoor bestaat het mistsein: een vaste reeks stoten, kort en lang, die de aard van het vaartuig of de post aanduidt. Een misthoorn draagt ver, maar draagt geen richting: je hoort dát er iets is, zelden waar precies.

De nacht van 22 januari 1988 in dit logboek is daar het duidelijkste bewijs van: drie stoten gehoord, geen enkele plaats. Geluid waarschuwt. Het navigeert niet.

Licht

Elk vuur aan de kust heeft een eigen karakter: het aantal flitsen, de duur ervan, de stilte ertussen. Geen twee kustvuren binnen bereik van elkaar delen hetzelfde ritme, net zoals geen twee stemmen exact hetzelfde klinken. Een schip herkent zijn positie niet aan een licht, maar aan het ritme van dát licht.

Dat ritme wordt gedraaid door een lens die om een vaste as draait, van oudsher op een drijvend kwikbad, later op een motor. Valt de motor uit, dan valt niet het licht uit: het karakter valt uit, en dat is voor een seingast het ergere probleem. Zie de nacht van 11 februari.

Radio, en stilte

Vanaf de jaren zeventig nam de marifoon het grootste deel van het werk over dat vroeger aan vlag en licht was: een schip meldt zichzelf, in plaats van herkend te worden. Sinds de jaren negentig doet AIS dat automatisch, zonder dat er nog iemand hoeft te spreken of te kijken.

Dat maakt het werk van deze post overbodig, in de strikte zin. Het maakt het logboek niet overbodig. Een systeem dat een schip automatisch plaatst, schrijft niet op waaróm de wacht die nacht zwaar was. Dat deed alleen de mens die keek.